Wat is Wereldvoedseldag?

De Food and Agriculture Organization van de Verenigde Naties riep in 1981 16 oktober, de verjaardag van FAO, uit tot Wereldvoedseldag. Jaarlijks wordt hiermee aandacht gevraagd voor het hongerprobleem in de wereld. Zo’n 150 landen over de wereld doen mee. In Nederland wordt Wereldvoedseldag ingevuld door stichting Fairfood en Stichting Wereldvoedselvraagstuk.

Wereldvoedselvraagstuk

Gemiddeld genomen wordt er wereldwijd voldoende voedsel geproduceerd voor alle mensen. Desondanks heeft een groot deel van de wereldbevolking dagelijks honger. Ongeveer 800 miljoen mensen zijn ondervoed, bijna twee miljard mensen hebben voedingsproblemen en in de toekomst worden nog veel meer mensen door honger en ondervoeding bedreigd. Het probleem is dat lokaal voedseltekorten kunnen ontstaan en dat de mensen voedsel niet kunnen betalen. Deze complexe problematiek, die het gevolg is van wereldwijde conflicten, ondoorzichtige handelsstructuren en onevenredig beslag op natuurlijke hulpbronnen, omvat het wereldvoedselvraagstuk.

Bovenstaande problematiek zal in de toekomst steeds groter worden als we nu geen actie ondernemen en onszelf tot doel stellen voedselzekerheid te bewerkstelligen voor iedereen.

Soybeans

Oplossingen

In hongerlanden is nu vaak genoeg voedsel, maar dat is niet zondermeer gewaarborgd voor de toekomst. Veel van dat eten wordt ook nog eens tegen te lage prijzen geïmporteerd door het rijke Westen. Zo wordt in Malawi meer dan 50% van de betere landbouwgronden gebruikt voor exportproductie, zoals tabak en thee, waardoor land en water niet beschikbaar zijn voor de lokale bevolking.

volgende pagina >>

Kortom, westerse bedrijven halen steeds meer landbouwproducten uit hongerlanden tegen bodemprijzen, westerse overheden stimuleren dit via internationale regels. Dat terwijl handel in principe een belangrijk middel kan zijn bij de hongerbestrijding. De vrije markt kan een bijdrage leveren aan armoedebestrijding, mits aan bepaalde randvoorwaarden wordt voldaan om de onvolkomenheden van de marktwerking te niet te doen.

De wereldeconomie globaliseert en in theorie heeft dit grote voordelen: arme landen krijgen in een echt vrije markt de kans om via handel geld te verdienen en zo de koopkracht van haar burgers te vergroten. Echter in de praktijk is de markt momenteel niet vrij, voornamelijk omdat het Westen zich niet aan de regels houdt. Zo worden arme landen gevraagd hun markten te liberaliseren, terwijl westerse landen hun eigen producten subsidiëren en hun overschotten dumpen. Daarnaast kost het veel tijd voordat ontwikkelingslanden tegen concurrerende prijzen, producten van goede kwaliteit kunnen produceren – een achterstand, die in een vrije markt niet eenvoudig in te halen is.

Het probleem is dus niet handel, maar de oneerlijkheid ervan. Westerse overheden moeten daarom eerlijke handelsregels implementeren. Daarnaast zou het goed zijn om een structurele ondersteuning te verlenen om de productiviteit in die landen te verhogen. Het kan daarbij nodig zijn, dat opkomende bedrijvigheden worden afgeschermd van de hevige internationale concurrentie.

Citrus

<< vorige pagina